Siri Felicia

Sommige seizoenen of momenten in de dag hebben hun eigen geur en sfeer. Maandagnacht rook het knisperig koud en herfstig, met ondertonen van vallende bladeren en naderende vorst, toen ik naar buiten liep om de vuilnis naar het einde van de straat te brengen. Normaliter doe ik dit niet ’s nachts, maar Judith was al wakker vanaf 2330 uur en ik drie uur later, doordat de weeën waren begonnen. Een man kan niet zo gek veel betekenen als er weeën plaatsvinden, dus na het inpakken van de spullen ben ik maar naar buiten gelopen met de vuilniszakken. Een laatste keer door deze straat als vader van een enig kind, de laatste keer de man van een zwangere vrouw, op de vooravond van de rest van mijn leven.

Om 0415 uur belde ik mijn ouders om Ida op te halen en een uur later arriveerden we in het ziekenhuis. De tocht en tijd tot dan toe liepen een soort van geroutineerd, zakelijk, soepel, paniekloos. Maar zwanger van verwachtingen: wie zou er aan het einde van deze keten van gebeurtenissen haar opwachting maken? Siri Felicia, het herfstkind.

Wat een mooie dochter ben je, Siri! Je slaapt de hele dag door, en als je wakker bent, kijk je enigszins lodderig om je heen, en laat je je koeioneren door ons en door je grote zus. Ida is dol op je, en vindt alle poespas om je heen interessant en maar een klein beetje irritant; het is ook lastig en wennen als je even niet 100% van de aandacht krijgt zoals doorgaans. Maar verder krijg je kusjes en speeltjes van je grote zus, en word je regelmatig enigszins hardhandig over je hoofdje geaaid. Het delen van haar koninkrijk is dus weinig problematisch, al worden de hofdienaren wel goed bezig gehouden.

Zoals jij je een baan door je moeder streed, zo snel en heftig, de oerkrachten die bij haar loskwamen, de eigen wereld waarin ze opging om jou in ons midden te zetten, er zijn geen woorden om die voldoende recht te doen, daarvoor kan een gelukkige vader alleen zijn hoofd buigen. Met een glimlach van oor tot oor, want ook het geluk om de vader te zijn van zo’n prachtvrouwtje en haar schitterende wonderzus Ida is onuitputtelijk.

En in deze dagen, wanneer de regen tegen de ramen dreunt, en de bladeren je om de oren vliegen, zoeken wij gevieren naar een nieuw dag- en nachtritme. Nog twee dagen en we moeten het voortaan stellen zonder die fantastische mensen die kraamverzorgers zijn, twee handen minder in huis, maar gelukkig twee volwassenen die hun beste beentje voorzetten en steeds handiger worden om de aandacht te verdelen en twee kinderen die hun beste beentje voorzetten om zo lief, schattig en aandachtsvragend mogelijk te zijn. So far so good.

Nu?

40weeksMaar nee. Er waren wat voortekenen, gisteren, en vannacht, maar helaas is de kans nu wel heel miniem geworden dat Twida wordt geboren op haar uitgerekende dag. De flessen tonic en de ananasharten zijn alweer ingezet, maar een beetje halfslachtig, aangezien ze er vorig jaar ook niet wisten te zorgen dat Ida op tijd werd geboren. Toen moesten we nog 8 lange, lange dagen wachten voordat Ida het levenslicht zag, nu hopen we stiekem op een iets korter scenario, want ons incasseringsvermogen ligt toch wat lager dankzij slapeloze nachten (beide partijen) en een heel lief, maar aandachtsvragend -nog heel eventjes enig kind en daar dus van profiterend- oudste dochtertje.
De klok tikt voort, inspiratie en concentratie nemen af, maar het wachten is gelukkig eindig. Nog even geduld dus, ook voor jullie ;-P

Is het alweer bijna een maand geleden? De tijd vliegt voorbij en de spanning stijgt. Nog geen Twida (of Ideux zoals een vriend van ons spitsvondig opmerkte), maar wel een nieuwe baan die veel energie kost in een tijd waarin de concentratie niet allerbest is. Ik merk dat het op dit moment behoorlijk zwaar is om alle ballen in de lucht te houden: (thuis) werken in mijn nieuwe baan, het huishouden een beetje op orde houden, boodschappen doen en koken, Judith zo goed en kwaad als het gaat te steunen in haar zwangerschap en Ida al dan niet van de straat te houden. Het nadeel is dat ik een controlfreak ben, en niet weet hoe half werk gaat. In al die controle komen scheurtjes en een simpel boodschappenlijstje vergt me al de opperste concentratie. Hoe moet dat straks als Twida er is?

Ach, we zullen wel zien. We houden moed, en jullie oplettende lezertjes zo veel mogelijk op de hoogte. Wordt vervolgd…

Verbazend

Nog geen zestien maanden geleden veranderde ons leven alsbij toverslag. Opeens waren we een gezin, waarin aandacht, geld en tijd gedeeldmoest worden met z’n drieën, en twee van die drie verantwoordelijk waren voorelke stap, elke keuze van de derde. Die derde heeft in die bijna zestienmaanden een hoop keuzes al naar zich toegetrokken, al zijn er nog veel dingenwaarin ze geen barst te zeggen heeft. Maar dát ze gaat spelen en waarmee, daarhebben wij nog maar weinig invloed. Dat ze vrolijk of chagrijnig of actief ofknuffelig of manisch is: wij hebben er geen grip op.

En dat ze zich te pletter leert en elke dag met nieuwedingen aankomt, dat is niet te voorkomen, net zo min als een vloedgolf. Haarwoordenschat bedraagt ondertussen al zo’n tien woorden, waarvan de laatste ‘ap’een interessante semantiek heeft, want het betekent zowel ‘leeg’ als ‘op’ en insommige gevallen ook ‘genoeg’. Elke dag verbazen wij ons weer hoeveel ze alniet is veranderd in die zestien maanden, of zelfs in de 25 maanden van haarbestaan sinds haar conceptie, of zelfs in de afgelopen week.

Maar ook de verandering bij mijzelf is verbazend. Afgelopenwas ik op bezoek bij mijn zus en onder mijn toezicht viel Ida’s nichtje op destoep wat resulteerde in een kleine huilbui. Tot mijn grote verbazing greep ikhaar reflexmatig beet en hield haar tegen me aan om haar te troosten, en totmijn nog grotere verbazing accepteerde ze dat ondanks het feit dat haar moedernog geen meter verder stond. Twee jaar geleden had ik niet zo gereageerd, wasik terughoudender geweest, minder aanrakerig en schutteriger. Verder ben ikbesluitvaardiger dan voorheen, een direct gevolg van het voortdurend maken van keuzesvoor iemand anders, al is het ook heerlijk om Ida gewoon lekker haar gang telaten gaan. De laatste tijd heeft ze de gewoonte aangeleerd om je aan je vingermee te trekken als ze je hulp even nodig heeft, bijvoorbeeld om een deur opente maken of haar ergens op te tillen: heerlijk. En dat is een andereverandering die mij en Judith beide opviel deze week: we genieten meer en doen allebei veelvaker gek.

Eén van de mooiste geluiden die je kan horen in het leven ishet lachen van je kind, en dus zijn we als ouders vaak bezig om dat geluid uitdeze toch wel ernstige en afwachtende dreumes te onttrekken. Met dankbaargevolg. Gekke bekken trekken, kiekeboe spelen, rare geluiden maken, Ida op haarkop houden: elke keer weer iets nieuws verzinnen want Ida is een Tweelingen endus snel verveeld, wat het een moeilijke maar inspirerende taak maakt om haarte vermaken. Vandaag heb ik haar maar het hele stuk naar de bloemenzaak laten lopen:een groot succes. Sommige stukjes aan de hand, andere gewoon los met af en toebijsturen door haar hoofd de goede kant op de bewegen en ons vrouwtje istevreden.

Het is ongelofelijk en verbazend hoe makkelijk het ouderschapsoms is, en soms ook hoe zwaar en vermoeiend het ook is, maar dat het buitenkijf staat dat het fijn is om een meisjeals Ida te hebben dat heel af en toe momentjes heeft dat ze lekker bij je opschoot zit met haar duimpje in haar mond en haar troostdoekje, of als ze moe isen je haar naar haar ledikantje draagt haar hoofd op je schouder laat rustenvoor een seconde of twee, en zich dan weer nieuwsgierig omdraait of uit jearmen probeert te draaien. En nog een maandje en er ligt alweer een tweedeexemplaar in haar wiegje boven. Verwondering is het begin van de wijsheid. Nou,dan staat ons nog een hoop wijsheid te wachten.

Uitje Kinderdagverblijf

Afgelopen donderdag is Ida voor het eerst op een ‘school’reis geweest: het kinderdagverblijf van Ida organiseerde een uitje naar boerderij ’t Geertje in/bij Zoetermeer. Als papa vind ik het belangrijk en vooral leuk om daarbij betrokken te zijn, dus ben ik meegereden als chauffeur, zodat ik twee andere kindjes in de auto had naar Zoetermeer toe. Bij de boerderij hebben Ida en haar vriendjes heerlijk genoten van de dieren, de ruimte, de speeltuin en de pannenkoeken, en na enkele uren daar te hebben doorgebracht reden we gevieren weer terug naar het kinderdagverblijf. Na vijf minuten waren al mijn passagiers diep in slaap gevallen, wat voor mij een teken was van een geslaagd dagje uit. Hieronder de foto’s als bewijs.

Volwassenheid

In mijn vorige baan liep ik veel aan tegen jongeren diezwolgen in het slachtofferdenken, en de eerlijkheid gebied mij te zeggen dat inbepaalde gevallen zij daarin bevestigd werden door collega’s. Voor pubers ishet ook heerlijk en makkelijk om zich als een slachtoffer te gedragen. ‘Ik benniet verantwoordelijk voor wat mij overkomt, dat zijn de anderen.’ Huiswerkniet maken? Dan krijg je strafwerk of moet je nablijven en dat is de schuld vande leraar, die het dan ook verdient om hiervoor gehaat en zwartgemaakt teworden. Eén coördinator op een school waar ik werkte had dit goed door en hetwas dan ook een genot om met hem door de gangen van de school te lopen en hemleerlingen te zien aanspreken op hun gedrag. ‘Ik wil jou helemaal nietstraffen, maar door jouw gedrag vraag je mij nu dit om te doen. Kun je jevoorstellen dat ik dat jammer vind?’

Beroepshalve ging ik mij verdiepen in de werking van hetslachtofferdenken, en kwam in aanraking met de dramadriehoek, een interessantetheorie verwant aan de transactionele analyse, waarmee ik oplettende lezertjesniet ga vermoeien. Wel met het idee erachter. Slachtofferdenken is een typischvoorbeeld van de één boven de ander stellen, en dat kan zowel goed- als slecht-als onbedoeld zijn. Iemand ‘helpen’ is zo’n voorbeeld. Door jezelf als groteredder op te stellen, duw je de ander dus in de rol van ‘iemand die geholpenmoet worden’ en ‘help’ je zo iemand dus van de regen in de drup. Jezelfopstellen als slachtoffer van een situatie, het klassieke slachtofferdenken,stelt de ander op een hogere plaats dan jij, en daarmee duw je je eigen positiedus naar beneden. En iemand veroordelen is nog zo’n voorbeeld. Jij stelt jezelfdus in de hogere positie om de ander te veroordelen, en de ander heeft op diemanier geen andere uitweg dan zich te gaan verdedigen en dus een lagere rol aante nemen in de interactie. De gemene deler in deze voorbeelden is dat je voorde ander denkt, en zijn motieven en gedachten voor ze invult, zonder die techecken.

De uitweg uit zo’n patroon is te stoppen met voor de ander tedenken. En de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dat ook voor mij nog bestmoeilijk is. Als ik al één van de dynamieken hierboven de mijne moet noemen,dan is het wel het helpen. Het is zo’n tweede natuur voor mij om de helpendehand uit te steken, dat ik mensen om mij heen soms tot wanhoop drijf of zelfsin een automatisme dat zij bepaalde dingen niet meer doen, omdat ik die taaktoch wel op mij neem. Het is voor mij makkelijker om voor anderen te denken,dan ze zelf die gedachten uit te laten spreken.

Twee Handen

Twee Handen
Tien jaar geleden drong het tot me door dat degene die ik op dat moment voor me had die vrouw was met wie ik de rest van mijn leven wilde delen: Judith. Na bijna vijf jaar ons geluk samen te beleven, kwamen we in een periode waarin het heel reëel werd dat die periode ernstig verkort kon worden. Tot ons grote geluk ligt die periode nu ver achter ons en zijn we wijzer en rijker geworden en zo mogelijk nog doller op elkaar. 15 maanden geleden konden wij ons tweeschap tot een drietal vergroten en in oktober spelen we voortaan een kwartet.

Maar vandaag mogen we met z’n tweetjes het heuglijke feit vieren dat we een decennium van elkaar mogen genieten (en 9 maanden zijn getrouwd)! Ik hoop dat er nog meer zullen volgen.

Appelgroen

Tot 14 juli, mijn laatste werkdag, liep mijn hoofd behoorlijk om. Een nieuwe baan in het verschiet, het (opeens) schrijven van een overdracht aan mijn opvolgers op de scholen, het afronden van al mijn werkzaamheden, het voorbereiden op een cursus coachingsvaardigheden die ik tussen neus en lippen ook had gepland, en tot overmaat van ramp zag ik door de bomen het bos niet meer wat betreft alle voorbereidingen voor de komst van Nummer Vier.

Dat zit zo: op 1 september begin ik met mijn nieuwe baan, en net als ik na een maand een beetje ben ingewerkt en ingelezen, begint de stressvolle tijd van het wachten op de verlossing van Judith en Nummer Vier. Het leek mij dus nogal wiedes dat alle voorbereidingen uiterlijk 31 augustus afgerond zouden zijn. Die voorbereidingen bestaan onder andere uit het babyfähig maken van onze studeerkamer, en dus het boekenfähig maken van onze woonkamer, het behangen en het verbouwen van allerhande muren en andere zaken, het kopen van kleedjes, commodes, rompertjes en spenen, en het in de tussentijd trachten te ontlasten van mijn zwangere echtgenote en het geven van de nodige ontwikkelingsruimte aan mijn 14 maanden oude dochter. En de aanschaf van een nieuwe auto, want ons Peugeot 206-je bleek op veel terreinen niet te voldoen aan de eisen van een modern gezin met twee kinderen onder de vier, waaronder het ontbreken van voldoende bergruimte, een vierde en vijfde deur en een airco.

En zoals mijn hoofd dan werkt, focuste ik mijn aandacht volledig op de aanschaf van die auto, en raakte ik behoorlijk geobsedeerd door die zoektocht. Iets waar mijn zwangere, en nagenoeg oververmoeide echtgenote niet echt op zat te wachten, wat ze me subtiel wist mee te delen. Met moeite lukte het mij dan uiteindelijk ook om mijn obsessie de kiem in te smoren, maar toen wij vorige week terug kwamen van ons weekje Veluwe, ging ik toch nog even kijken op de sites van de garages die ik in de gaten hield, en ik zag dat één van de auto’s waarop mijn oog was gevallen aantrekkelijk in prijs was gedaald. Maandag reden Judith, Ida en ik dan ook naar deze garage, alwaar we mede dankzij de proefrit en een aantrekkelijke inruilprijs voor onze gehavende 206 de trotse eigenaren werden van een negen jaar oude Renault Scénic met ietsjes meer dan 100.00 km op de teller.

Vandaag mochten wij hem ophalen, en onze Peugeot met toch wat melancholie achterlaten. Diezelfde Peugeot liet zijn uitlaat op straat vallen toen we hem net een week hadden, bracht een dik jaar geleden Judith naar het ziekenhuis en Ida terug naar huis, en reed in januari frontaal in op een SUV, dus ik moest toch wel een brokje wegslikken. Maar onze nieuwe bolide is een heerlijke, appelgroene aanwinst. Ida heeft een prachtig uitzicht op de weg en de lucht (dubbel zonnedak!) en kan zonder geklauter en hoofdgestoot in haar zitje worden gezet, de temperatuur in de auto is heerlijk koel te krijgen en we hebben duizenden vakjes en liters aan ruimte voor al onze (kinder)spulletjes op weg naar grootouders of vakantiebestemmingen. En wat nog meer is: ik heb een comfortabele auto om mijn nieuwe, mobiele beroep in uit te oefenen. Wij zijn helemaal in onze nopjes met onze eerste grote-mensen-auto!

Shiva

Shiva is de hindoe-god van de vernietiging of transmutatie. Alles in het leven is tijdelijk, en zal onder invloed van Shiva worden vernietigd, om in een andere vorm weer tot leven te komen.

Zo ook mijn baan. Sinds september 2005 was ik coördinator huiswerkbegeleiding voor een welzijnsorganisatie in Amsterdam Zuidoost, maar sinds afgelopen dinsdag is dat voorbij, en niet geheel naar eigen wens. Ik heb hard moeten werken in deze functie, de methodieken waarmee gewerkt werd, en de geringe bezetting, zorgden ervoor dat de studiezalen (zoals de drie huiswerkklassen heetten) niet draaiden zoals ze konden. Ik heb verschillende methodieken ingezet en ingevoerd, en in de afgelopen vier jaar 70 stagiairs en 20 vrijwilligers begeleid en aangestuurd om deze zalen tot bloei te brengen. En met succes, kwamen er in mijn eerste jaar zo’n 30 leerlingen per week, in latere jaren wist dat op te lopen tot 130 jongeren die dankzij de studiezalen hun cijfers zagen oplopen, en hun slagingskansen vergrootten.

Ik ben dus best trots op wat ik er heb bereikt, al vind ik het jammer dat de subsidiegever, het stadsdeel Amsterdam Zuidoost in januari aangaf dat de doelstellingen van de huiswerkbegeleiding beter onder het onderwijs dan onder welzijn vallen, en dat zij daardoor niet meer gingen betalen, met ingang van augustus. De scholen moesten het zelf maar gaan betalen voortaan. Nu is daar op zich niks mis mee, maar a) de scholen zaten er natuurlijk niet op te wachten om dit voortaan zelf te bekostigen en b) het stadsdeel had verzuimd om met de scholen te overleggen, laat staan het überhaupt aan ze mee te delen. En nu, zeven maanden later, heeft één school besloten om deze dienst voortaan zelf te organiseren, met behulp van de vrijwilligers die het al jaren met plezier doen, terwijl de leerlingen op de andere scholen naar alle waarschijnlijkheid het voortaan zonder begeleiding mogen doen. Niet het scenario waarmee ik de leerlingen wilde achterlaten, maar mijn invloed is helaas beperkt gebleken.

De ironie wil dat begin dit schooljaar voor mezelf al had besloten om te stoppen met deze baan. De sjeu was er voor mij uit, en ik begon sleets te raken in mijn werkpatronen. Het ideale scenario was dan ook dat ik in april, mei een nieuwe baan zou vinden, het schooljaar en de stages kon afronden, en in of na de zomer kon beginnen met een nieuwe baan, nadat ik rustig mijn toko had overgelaten in de vertrouwde handen van mijn opvolger. Zo ging het echter niet. Tot op het laatste moment was het niet duidelijk of er een opvolger zou zijn of niet, en of ik een overdracht moest schrijven of niet. Vlak voor het einde van mijn dienstverband werd duidelijk dat in ieder geval één school onze methodiek zou overnemen, en in de afgelopen weken ben ik dus druk geweest om mijn kennis en ervaring van de afgelopen vier jaar te condenseren in een overdrachtsportefeuille.

En 1 september mag ik dus beginnen met die nieuwe baan, want als iets je stimuleert om op banenjacht te gaan, dan is het een dreigend ontslag wel. Na veel vijven en zessen heb ik dus een baan gevonden bij een landelijke organisatie die cliëntenraden ondersteunt in de jeugdzorg. En vanaf september mag ik daar aan de slag als regioconsulent in de provincies Noord Holland, Flevoland en Utrecht. De baan houdt in dat ik thuis mag werken als ik bureauwerk te doen heb, en er verder met de auto of per OV op uit mag om al die raden bij te staan in hun werk, of organisaties ga helpen bij het opzetten van een cliëntenraad. Erg spannend allemaal, maar ik denk wel dat ik mij met veel plezier en enthousiasme op deze nieuwe kans ga storten.

Tot die tijd mag ik nog genieten van twee weken vakantie, en daarna een maandje WW, die ik uiteraard ga gebruiken om ons huis voor te bereiden op de komst van Nummer Vier. Morgen vertrekken we voor een weekje naar de Veluwe om daar even bij te tanken, en daarna is het tijd voor de wederopbouw. Uit de puinhopen van de coördinator huiswerkbegeleiding herrijst een nieuwe regioconsulent cliëntenraden!